Auteursarchief: Arjen van Meijgaard

IJsvogel langs de Seine

En wat doe je als je boek dan drie weken los is? Hoe zorg je voor aandacht, hoe bereik je de mensen buiten je netwerk? Dat blijft lastig.  Zoveel mogelijk op sociale media actief zijn met het gevaar dat ze genoeg krijgen van de berichten over je boek. Je kunt proberen optredens te regelen, je kunt hopen op een interview of recensie ergens in een krant of op een website, of je kunt proberen in het ‘voorprogramma’ van een al geplande lezing of boekpresentatie te komen.

Dat lukte vijf jaar geleden met mijn eerste boek. Toen mocht ik het publiek ‘lenen’ van Connie Palmen voordat zij aan haar lezing begon. Het was ontzettend leuk en het werkte. Afgelopen zondag werkte het ook goed bij boekhandel Blokker in Heemstede. Voorafgaand aan de presentatie van een boek over wijn en filosofie mocht ik kort over mijn boek vertellen. Parijs en wijn lopen immers vloeiend in elkaar over. En ook daar werkte het. Hopelijk volgt er meer.

Het gaat erom op te vallen, ergens te zijn waar je niet direct verwacht wordt, zodat je de aandacht vangt, hoe klein je ook bent. Zoals het ijsvogeltje dat ik zaterdag op een kademuur in Parijs zag zitten. Rustig wachtend en tegelijkertijd klaar om weg te vliegen en elders subtiel op te vallen.

Boekpresentatie De laatste klanken van Icarus

Op 4 november was het dan zover: de boekpresentatie van De laatste klanken van Icarus. Een belangrijk moment, het loslaten van een verhaal dat nu verder de wereld in mag. Maar hoe moet zo’n avond eruit komen te zien? Waar? Met wie?
De locatie was snel gekozen, een mooie boekwinkel in Den Haag. Het werd De Vries-Van Stockum die net is verhuisd naar de Passage in Den Haag. Een prachtige plek, Haagser kan bijna niet. En toch ook een beetje Parijs, zo’n passage.
En ik wilde graag leerlingen betrekken bij deze avond, omdat dat ook de lezers van nu zijn, en van de toekomst. Niet alleen die eindeloze leeslijst op school raakt aan de literatuur, ook een schrijversinterview op school of een boekpresentatie in de stad.
Twee leerlingen uit 6vwo van de Vrije School verzorgden het interview. Dat deden ze zeer goed: zonder de plot weg te geven en toch een beeld te schetsen van het verhaal. En drie leerlingen van de School voor Jong Talent zorgden voor de muzikale omlijsting: sonates van Bach, Salut d’Amour van Elgar en de Czardas. Muziek die ook in het boek voorkomt.
En niet onbelangrijk is dat er veel mensen waren, ook zonder hen had het niet gekund. Soms is pas achteraf duidelijk wat je voor ogen stond, als het geheel klopt. En dit klopte. Dankbaar ben ik voor zo’n mooie start van deze roman.  

Via via

Dat via weg betekent, realiseren we ons misschien niet elke dag. En dat je via via ergens terechtgekomen bent, betekent dus eigenlijk dat je langs een stukje hoofdweg en wat afslagen en zijwegen daar bent waar je nu staat.

Mijn boek kwam ook via via tot stand. Bijschaven, schrappen en weer aan de slag. Een ander perspectief als ventweg, een andere volgorde om eens tegen de richting in te gaan. Versie 1, 2 en zo verder tot na versie 5 of 6 het juiste pad gekozen was. En liep ik vast onderweg, dan vroeg ik om hulp. Aan iemand die vanuit een helikopterview feedback gaf, van bovenaf het wegennet zag waarop ik me begaf en duidelijk kon aangeven welke zijwegen doodliepen en waar de doorstroom het mooiste en origineelste was.

Het eindpunt kwam in zicht toen Uitgeverij kleine Uil aangaf mijn boek te willen publiceren. Ik had een onderkomen gevonden in de grote, hectische stad.
Nu kan het boek de straten in, onder de mensen komen. En ook dan is het fijn dat naast de ervaring van de uitgeverij nog anderen kunnen helpen met bepalen welke straten tot de drukkere pleinen zullen leiden waar het boek opvalt en aandacht krijgt.

Via via kwam ik er dus uiteindelijk. Waar? Daar waar ik in eerste instantie niet direct gepland had aan te komen, maar wat ik wel min of meer in gedachten had gehad. Nu die die drukke stad nog met al die mensen die al even druk zijn. Daartussen moet De laatste klanken van Icarus het straks zelf gaan doen.

De weddenschap

Twee weken geleden ging ik met mijn mentorklas (6 vwo) klimmen en boogschieten. Het was Michaëlsdag op de Vrije School, een dag om samen activiteiten te doen rondom moed en durf. Leerlingen die nog niet eerder geklommen hadden, zaten binnen no time op de klimwand en via kleurrijke greepjes bereikten ze met gemak een hoogte van 21 meter. Ik zekerde liever degenen die klommen. Klimmen en hoogtevrees gaan niet goed samen. Twee leerlingen haalden me over. ‘U zegt ook dat we romans moeten proberen die ons wat verder brengen dan dat we gewend zijn.’ Ze hadden gelijk. Ik haalde vier of vijf meter. Leesniveau 2 volgens Lezen voor de Lijst van Theo Witte, vrees ik.

Daarna volgde boogschieten, dat ging me in het begin ook niet goed af. In de kou naast de schaatsbaan mochten we in drie groepjes op een bord schieten met cirkels in verschillende kleuren.

Een leerling zag mij stuntelen. ‘Meneer, een weddenschap. Wie het dichtst bij of in de roos schiet, betaalt de ander €10,- euro.’

Ik twijfelde. Deze uitdaging moest ik aangaan. ‘Voor een verrassing doe ik het, niet voor geld,’ zei ik. Hij stemde in. De andere leerlingen keken toe. We spanden om de beurt onze boog, we hadden allebei drie pijlen. Hij schoot er een mis en twee op het bord, redelijk dicht bij de roos. Mijn eerste twee kwamen aan de rand van het bord terecht. De derde op de rand van de roos.

Vandaag kreeg ik de verrassing. Hij was speciaal naar de boekwinkel gefietst. Daar had hij ‘De boekenfluisteraar’ van Nico Keuning voor me gekocht en het prachtig laten inpakken. Wat een mooi en toepasselijk cadeau!

Over het schrijven van een roman

De trap in de Arc de Triomphe

Je kunt vrijwel overal wel een vergelijking voor verzinnen, of een treffende metafoor waarbij het object weggelaten kan worden omdat het beeld voor zich spreekt. Daarbij is het van belang origineel te zijn, clichés te vermijden, hoewel een hoop kunst en literatuur bestaat bij de gratie van het cliché.

Een roman schrijven of afronden wordt wel vergeleken met een bevalling. Maar als je die zelf nooit lijfelijk hebt meegemaakt, kun je die vergelijking niet gebruiken. Wat dan? Deze trap, in de Arc de Triomphe, komt voor mij nog het meest in de buurt. De treden die je oploopt, in het begin nog soepel, maar naarmate je vordert, wordt het steeds zwaarder. Met voldoening kijk je soms achterom, met verlangen vermengd met onzekerheid kijk je vooruit. Hoelang zal het nog duren voor je er bent?

Maar ook het aflopen van een trap is bruikbaar als vergelijking. Je gaat de diepte in, steeds verder van waar je kwam, steeds meer naar de kern ergens verborgen. Je daalt af in het binnenste van je gedachten, in alle rust, ver van de bewoonde wereld. En daarna moet je weer naar boven om afstand te nemen, te kijken of het klopt, terwijl je iets meegenomen hebt van ver beneden.

En het trappenhuis waarin je gevangen zit, is als het verhaal. Er is een begin en een eind, soms moet je terug naar boven of naar beneden om nog eens te kijken hoe het daar ook alweer zat, soms sta je halverwege stil om uit te rusten, om na te denken, maar je moet verder.

Deze foto is van boven genomen, in 2021, het verhaal was nagenoeg af. Ik moest er nog een keer doorheen, terug naar beneden, om te voelen of het klopte wat ik had bedacht.

Inzicht – én lezen in de klas.

Vorige week maakte ik deze foto. Een trappenhuis. Hoewel, waar is de trap? En kijk je naar boven of naar beneden. Of juist recht vooruit? En wat zit er achter de ramen rechts? Ben je binnen of buiten?

Het is wel vaker niet wat je denkt dat het is. En dan ga je invullen, soms tegen beter weten in, en vaak ook te snel. Je houdt daarna vast aan waar je op uitgekomen bent: dat moet het zijn, het kan niet anders. Anderen kunnen je niet meer vermurwen en je blijft geloven in iets waarvan je in het begin niet zeker wist wat het was. Waarom? Is het angst dat je zelfvertrouwen gaat wankelen, dat anderen misschien gelijk kunnen hebben en je daarom minder serieus nemen, is het angst omdat je dan moeten toegeven dat je het misschien wel vaker mis had?
Maakt het veel uit als je iets niet zeker weet? Het is wat je denkt dat het is, als je maar weet dat het ook iets anders kan zijn. Net als in poëzie of proza. Ook daarin staat niet alles vast en zijn meer interpretaties mogelijk. Daarom is literatuuronderwijs van groot belang. Hoe te beginnen? Lezen in de klas, ook in de 5e en 6e van de middelbare school. Om leerlingen aan het lezen te krijgen en ervaringen te delen van wat er gelezen is. En het gebeurt vaak genoeg dat een leerling in de les niet wil stoppen met lezen.
Het verruimt je woordenschat, je zinsbouw én je blik.

Bespreking: Louise Ferdinand Céline – Guerre

Het manuscript Guerre van Louis Ferdinand Céline (1894-1961) is onlangs boven water gekomen. Het maakte onderdeel uit van de 6000 bladzijden tekst die in 1944 uit het huis van de schrijver gestolen werden, toen hij en zijn vrouw moesten vluchten voor de bevrijders van Frankrijk. Het aangrijpende oorlogsboek is nu met een verklarende namen- en woordenlijst en enkele foto’s van het handgeschreven manuscript door Gallimard op de markt gebracht. De uitgever beriep daarbij zich op een contract dat in 1961 was afgesloten met de weduwe van Céline, dat alles van diens hand bij Gallimard zou verschijnen. Lees verder