De surveillant observeert, droomt weg, mijmert, bespiedt, loopt heen en weer op pieploze schoenen, staart uit het raam maar niet te lang, gaapt, maakt oogcontact, verzit, drinkt koffie, pakt iets uit zijn tas, stopt het weer terug, rekent zijn vakantiegeld uit, maakt een to-dolijstje voor de komende week, streept dingen door op het lijstje, deelt extra blaadjes uit, probeert geruisloos zijn laatste boterham te eten, gaapt weer en vecht tegen de slaap, telt de leerlingen met hoodies, met witte schoenen, met korte broeken, staart naar het plafond maar niet te lang, leest de opgaven van het examen en is blij dat die niet voor hem zijn, kijkt rond, staat op en gaat weer zitten, bedenkt wat de komende vakantie zal brengen en wat hij volgend jaar anders gaat doen, neemt blaadjes in, noteert vertrektijden, kondigt plotseling luid en duidelijk het laatste kwartier aan waar een enkele leerling van schrikt, kijkt op de klok, kijkt op zijn horloge, sluit de examenzitting, maant iedereen tot stilte, haalt alle opgaven op, noteert de vertrektijden, blijft achter met een paar dyslecten met verlenging, neemt na een half uur ook hun examens in, blijft achter in een lege zaal, sluit de ramen, doet het licht uit en kijkt nog een keer weemoedig naar alle lege tafels en stoelen. Waar zit ik liever, vraagt hij zicht af, achter een van die tafels, of voorin, als surveillant?
